Regels 2027
Zonnepanelen na het stoppen van salderen
Vanaf 1 januari 2027 kun je opgewekte stroom niet meer wegstrepen tegen later verbruik. Direct zelf gebruiken en terugleveren moeten daarom apart worden gewaardeerd.
Wat verandert?
Volgens de Rijksoverheid stopt de salderingsregeling op 1 januari 2027. Voor teruggeleverde elektriciteit blijft een vergoeding bestaan. Tot 2030 moet die vergoeding minimaal 50% van het kale leveringstarief bedragen. Leveranciers kunnen daarnaast toegestane terugleverkosten hanteren.
Officiële bron: Rijksoverheid — salderingsregeling stopt in 2027.
Drie energiestromen
- Direct eigen verbruik: productie en verbruik vinden op hetzelfde moment plaats.
- Teruglevering: overtollige productie gaat naar het net.
- Netafname: je koopt stroom wanneer productie onvoldoende is.
Waarom één prijs niet meer volstaat
Een direct gebruikte kWh voorkomt aankoop tegen je afnameprijs. Een teruggeleverde kWh levert de terugleververgoeding op, verminderd met eventuele toepasselijke kosten. Daarom gebruikt onze opbrengstcalculator afzonderlijke velden.
Peildatum en toepassing van deze uitleg
Deze pagina is gecontroleerd op 25 oktober 2026. Het einde van salderen per 1 januari 2027 is volgens de hieronder genoemde overheidsbron vastgesteld. Tot eind 2026 geldt nog de bestaande regeling. Verwar een reeds vastgestelde einddatum niet met toekomstige contractprijzen: die verschillen en zijn hier geen voorspelling.
De genoemde minimumvergoeding tot 2030 gaat over 50% van het kale leveringstarief, zonder belastingen. Zij is dus niet automatisch de helft van je volledige consumentenprijs. Terugleverkosten en overige contractposten moeten afzonderlijk worden gecontroleerd.
Een scenario met dezelfde productie en andere verdeling
Deze getallen zijn gekozen rekenscenario’s, geen eigen productmetingen of actuele marktprijzen. Vervang de invoer door je eigen documentatie, meetwaarden en contract.
Bij 4.000 kWh productie en 30% directe benutting gebruik je 1.200 kWh zelf en lever je 2.800 kWh terug. Met voorbeeldwaarden van € 0,30 en € 0,08 is de bruto waarde € 360 + € 224 = € 584. Bij 50% directe benutting wordt het € 600 + € 160 = € 760. Het verschil is € 176 vóór extra kosten.
Dat verschil is alleen relevant als bestaand nuttig verbruik veilig kan verschuiven. Een nieuw apparaat aanzetten om minder terug te leveren creëert extra vraag en is geen automatische besparing. Voeg terugleverkosten en investering toe in de terugverdientijdcalculator.